VISIE herbestemming voormalig stationsgebouw van wijgmaal

1. ligging

het stationsgebouw is een ankerpunt in wijgmaal, een bijzondere plek aan de spoorwegovergang, de toegang naar wijgmaal. daarnaast bezit de ruimte voor het gebouw het potentieel om ooit een bijzonder plein te worden waarbij deze toegang naar wijgmaal sterk opgewaardeerd zal worden. het voormalige stationsgebouw kan door zijn prominente positie, als uitgesproken groen en intelligent gebouw de aanzet zijn om de hele wijk te inspireren. de eenvoud en leesbaarheid als bijzonder milieuvriendelijk gebouw is bepalend wil het kunnen inspireren.

2. context

het renoveren, herbestemmen en exploiteren van het voormalige stationsgebouw waarbij de grenzen van het project samenvallen met de grenzen van het gebouw. de deuren en ramen uitgevend op het perron kunnen niet geopend worden, enkel kippen. een wachtlokaal voor de treinreizigers wordt geïntegreerd in het gebouw. op de koppen van het huidige gebouw creëren we nieuw licht- en zichtopeningen, hier zal uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming bij de opstalgever en/of de nmbs gevraagd worden. de ruggengraat van alle beslissingen is dat het gebouw een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk bezit. en dat het deze milieuvriendelijkheid naar haar omgeving communiceert. het station werd in 1864 opgetrokken in baksteen en bestond oorspronkelijk uit een hoofdgebouw (middenvleugel, met gelijkvloers, eerste en zolderverdieping), een even hoge linkervleugel en een rechtervleugel met plat dak (enkel gelijkvloerse verdieping). na de brand in 1940 werden de volumes gewijzigd naar de huidige volumetrie. het voormalige stationsgebouw staat al jaren leeg en is in zeer slechte staat. het dak van de rechtervleugel is zelfs ingestort. het programma vraagt best wat vierkante meters, hetwelk het huidige gebouw niet kan huisvesten. een uitbreiding is noodzakelijk maar deze moet in symbiose treden met haar meer dan 150 jaar oudere basis. de waarde van het oude gebouw ligt in haar façade, in de herinnering, de geschiedenis. ze bepaalt de contouren waarbinnen het zal herbestemd worden. een nieuw canvas zal achter het gebouw geplaatst worden, en zal het oude oplichten. dat nieuwe canvas blijft op alle vlakken ingeschreven binnen het oude volume, het bepaald het maximaal ingeschreven volume. het canvas moet neutraal zijn, uniform, dan zie je de ziel van het oude gebouw. het oude volume met al haar details, kroonlijsthoogten, oude raampartijen en mooie baksteenarchitectuur komt nu duidelijk naar voren. je ziet haar schoonheid terug en is nu klaar om haar nieuwe programma te dragen.

3. programma

Een nieuwe werkplek voor dialoog, ecologisch verantwoord en duurzaam. een ontmoetingsruimte waar ervaringen en kennis gedeeld wordt, sociale cohesie versterkt wordt en welke een voorbeeldfunctie zal stellen. ze bezit een horeca-gedeelte, een kantoorruimte een polyvalente ruimte en een wachtruimte. er worden zoveel mogelijk ruimtes gedeeld:
- polyvalente ruimte wordt ook gebruikt als vergaderruimte door dialoog en is centraal gepositioneerd.
- eetgelegenheid wordt ook gebruikt door de werknemers van dialoog (tvv afzonderlijke refter).
- sanitaire voorzieningen zijn gemeenschappelijk voor alle gebruikers van het gebouw.
- expo duurzaam bouwen wordt gevisualiseerd in de publiek toegankelijk delen van het gebouw. het gebouw heeft een educatieve functie, het inspireert toekomstige (ver)bouwers.


het nieuwe gebouw zal vrij (box-in-box) in het oude gebouw geplaatst worden. zo ontstaat er, naast de ruimten in het beschermde volume, ook een tweede volume dat ons beschermd tegen de weersinvloeden en hetwelk geklimatiseerd kan worden door natuurlijke ventilatie. dit tweede volume bezit een bijzondere sfeer, ze stelt zich tussen het buiten en het binnen. het is de doelbewust vormgegeven ‘tussenruimte’ die past tussen het oude gebouw en het nieuwe. de link tussen alle functies en een uitgelezen plek om de gebruiker te informeren over de werking van het gebouw. de hal is dan ook de plek om onder te brengen in deze tussenruimte. je maakt hier de overgang van het buitengebied naar het beschermde volume en creëert een moment van acclimatisatie, een ruimte waar het gebouw in het geheel aan de binnenzijde kan ervaren worden. een ideale plek om te exposeren en te informeren. hier maak je een keuze uit één van de verschillende functies. De buitenste schil hoeft dus niet te isoleren, en kan goedkoper ontwikkeld worden zonder aandacht voor koudebruggen of thermische kwaliteiten van het materiaal, het moet enkel kunnen ventileren en ons binnenste volume droog kunnen houden. de nieuwe functies schrijven zich in de regels van de oude. het oude hoofdgebouw (linker deel) is majestueus en zal de inkom en het restaurant huisvesten, de plafonds zijn er zeer hoog door de hoge ramen valt het licht er diep binnen, de relatie van het oude met het nieuwe is hier het sterkst. het horecagedeelte voor een 50 zitplaatsen is zelfstandig en kan hopelijk ooit voorzien worden van een terras op de linker kop van het gebouw. om het (hopelijk) toekomstige terras makkelijk te kunnen bedienen wordt in de linker kop van het gebouw een grote glaspartij toegevoegd. centraal, in de ‘tussenruimte’, vind je de hal, trappen, gemeenschappelijke sanitaire box en verbinding tussen de kantoren. de nieuwe hal bevindt zich op de plek van de oude, het oude gebouw en haar façade schrijven hier de regels. in het rechter gedeelte van het gebouw, het oude bijgebouw zal drie gestapelde functies voorzien.

- onderaan, lichtjes ingegraven, de keuken met een directe verbinding in het beschermde volume naar het restaurant. ze is ook via de hal bereikbaar of via een nieuwe toegang op de kop van het gebouw. daar,
op de rechter kop van het oorspronkelijke gebouw is vandaag een soort wildgroei aan bijgebouwtjes aan te treffen. allen zonder waarde, die we dan ook wegnemen. de vrijgekomen ruimte zal dienst doen om de verlaagde dienstenruimte toegang te verschaffen. Het is een secundaire toegang waar je je fiets veilig kan stallen, vervolgens je aangenaam kan douchen en omkleden aan je locker. vanuit deze ‘dienende ruimten’ kan je de trap nemen in de hal en zo naar je werkplek begeven. deze ruimten, ook de keuken, kunnen allemaal voorzien worden van daglicht. uiteindelijk kan ook afval hier gestockeerd worden.

- het tussenverdiep, vanuit de hal maar een half verdiep hoog, huisvest de polyvalente ruimte. het is afsluitbaar, voor externen toegankelijk, biedt plaats voor 30 personen in lesopstelling en is opdeelbaar. een half verdiep hoger, in de ‘tussenruimte’, vind je de sanitaire blok terug. deze lijkt in de ruimte te zweven zodat de ‘tussenruimte’ vanuit de hal maximaal ervaren kan worden en de natuurlijke ventilatie in dit gebied optimaal kan werken.

- bovenop de polyvalente ruimte en bovenop het restaurant vind je dan de kantoren terug van dialoog. al dan niet gescheiden door de ‘tussenruimte’. het lijkt ons wel leuk om het kantoor op te delen in twee zones en de 8 werkplekken in open omgeving af te schermen van de concentratie en teamcockpits. afhankelijk van de nodige ruimte kan er naast de kitchenette, archiefruimte, bibliotheek, opbergruimte, en kopieruimte ook een dakterras ontwikkeld worden in de hoogste regionen van de ‘tussenruimte’. de overloop tussen de twee kantoren kan één of meerdere dienende functies huisvesten (bibliotheek, …).


er zijn allerhande functionele eisen, die na deze kandidatuurstelling in het bouwproject uitgewerkt zullen worden. modulair en demonteerbaar bouwen, werken met veelvouden van 30 cm. kantoorruimte met werkplekken volgens het principe van ‘anders werken’, een vergaderruimte die afsluitbaar is en een horeca gedeelte. uiteraard ook een wachtruimte waarvan we de grote kunnen afstemmen naargelang ze meerdere functies (bringme, postbox) gaat dragen. in de hal ga je links het restaurant binnen, recht voor jou zie je doorheen de glazen wanden de interne verbinding met de keuken, en daarachter het perron. als het budget het toelaat kunnen we het gebouw op palen laten plaatsen waardoor het de trillingen van de treinen weg zal nemen en het akoestisch comfort in heel het gebouw zal verbeteren. het box-in-box systeem haalt de rest van het omgevingsgeluid weg. de ruimte in de linker en middenvleugel was oorspronkelijk zeer hoog, wat prachtige gaat zijn voor het restaurant. die extra hoogte geeft ons niet alleen op het visuele maar ook het akoestische en het thermische extra voordelen. zo creëren we een buffer bovenaan waar de warme lucht zich kan verzamelen bij veel activiteit in het restaurant. daarnaast is er voldoende ruimte om een verlaagde akoestisch plafonds te plaatsen. uiteraard zullen de tapijten en meubels van het spit helpen, de zachte materialen werken in ons voordeel om de akoestiek onder controle te krijgen. de meubels van het spit geven ons ook de mogelijkheid om een nieuwe laag, een nieuwe stijl in het gebouw te implementeren.

het zou goed zijn moesten we enkele eilandjes kunnen maken waar we de stoelen vervangen door zeteltjes, aangezien er wat tijd over is, of andersom krukken rond een toog als het vooruit moet gaan. zo ontstaat er een gelaagdheid in het restaurant, de mensen zitten op verschillende hoogten. een snelle hap, een vergadering tijdens de lunch, of gewoon een moment met je tablet en een koffie in de zetel. we kunnen nu een breed publiek aanspreken, treinreizigers, buurtbewoners, fietsers en wandelaars, en de medewerkers van het bedrijvencentrum. de verlichting zal mee op verschillende hoogten inspelen, van de lage verlichting aan de lounge tot de hoge functionele verlichting aan de krukken.


4. duurzaamheid
het gebouw op zich moet je zien we als een historische drager, een huid rond een nieuw hoog performant gebouw. de gehele huidige binnenstructuur werkt in ons nadeel en biedt op geen enkel moment een meerwaarde. we moeten het aan de binnenzijde ontmantelen en tot op de baksteen en timmerwerk strippen. van het timmerwerk kunnen we de mooie stukken herbruiken. zo kan je de oude nmbs gele zitbanken van de vroegere wachtruimte opnieuw in de hal of het restaurant plaatsen. de houten vloeren zullen herbruikt worden om de box in de ‘tussenruimte’ te bekleden, en misschien zelfs helemaal op te bouwen. het vormt het hart van het nieuwe gebouw en zal in dialoog gaan met het nieuwe.

het behouden van de binnenmuren en vloeren zou ons met ontzettend veel moeilijk op te lossen koudebruggen en knopen opzadelen, het vooropgestelde e-peil zou onmogelijk gehaald kunnen worden. het zou beperkingen opleggen in de planning van het gebouw, en het zou veel geld en middelen vragen op plaatsen die geen meerwaarde bezitten of kunnen bieden. het bouwen van een nieuw gebouw, met herbruik van de huidige houten balken en mooi timmerwerk, geeft ons de mogelijkheid om de gehele bouwschil perfect te isoleren en de luchtdichtheid te verzekeren. zo wordt het budget efficiënter gebruikt, de oude façade kan gerestaureerd worden en zichzelf zijn. het nieuwe gebouw kan correct geïsoleerd worden, en de warmtevraag kan onder controle gebracht worden. de duurzame energie kan door een grondwarmtepomp (in dit geval gerechtvaardigd in een stedelijke omgeving, ook op lange termijn, aangezien de nabijheid van andere mogelijke grondwarmtepompen niet aan de orde is) opgewekt worden en daarnaast ook door zonnepanelen op de zuidzijde van het dak. het nieuwe gebouw zal volledig los staan van het oude, in de ‘tussenruimte’, onze bufferruimte naar het buitenklimaat. de restbehoefte aan energie, water en materialen willen we voor 100% invullen met duurzame en hernieuwbare bronnen. fossiele brandstoffen verdwijnen volledig uit beeld.